Colin Lawson, Michael Harris et al. – A Mozart Soirée. Divertimenti, Arias and Nocturnes

Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album Colin Lawson, Michael Harris et al. – A Mozart Soirée. Divertimenti, Arias and Nocturnes.

De vriendschap van Wolfgang Amadeus Mozart met de beroemde klarinetvirtuoos Anton Stadler had zijn weerslag op het aanzien van het instrument in het Wenen van rond 1780. Mozart schreef zijn klarinetconcert en klarinetkwintet met hem in gedachten; muziekstukken die nadien een canonieke waarde in de klarinetliteratuur verwierven. Stadler was tevens een specialist op de bassethoorn, de iets grotere broer van de reguliere klarinet die zich kenmerkt door haar donkerdere timbre. Een cerebraal geluid dat Mozart op zijn beurt ten goede wist in te zetten, bijvoorbeeld in zijn Requiem.

Colin Lawson is wereldwijd een grote, zoniet dé grootste autoriteit op het gebied van de klarinet in de authentieke uitvoeringspraktijk: hij schreef standaardwerken over Mozarts klarinetconcert en over de vroegmoderne ontwikkelingen van de klarinet. Daarnaast is hij samen met Michael Harris en Timothy Lines een belangrijk pleitbezorger van de bassethoorn: reeds in 2002 namen zij de divertimenti van Mozart voor drie bassethoorns in een authentieke versie op. Met A Mozart Soirée zetten ze deze lijn voort, met wederom een aantal divertimenti, maar ook met een aantal andere interessante zettingen.

De Divertimenti (K439b nrs. 3 en 5) kenmerken zich door een muzikale frisheid. Niet in de laatste plaats is dit te danken aan het vakmanschap van de componist zelf: de miniaturen zijn een aaneenschakeling van behendig uitgewerkte instrumentaties, prachtige (tegen-)melodieën en pikante chromatische accenten – wat bewijst dat divertimenti beslist geen niemendalletjes hoeven te zijn. Met name het melancholische karakter van de bassethoorn komt goed uit de verf, onder meer in het onbekendere maar wonderschone Adagio K411, voor twee klarinetten en drie bassethoorns.

De relatief smalle boring van de bassethoorn maakt het een lastig te controleren instrument; zeker de authentieke gereconstrueerde versie waarop Lawson en consorten hier spelen, met een karakteristieke knik halverwege het instrument, kan onverbiddelijk zijn. Soms is die worsteling van de muzikanten met de weerbarstige instrumenten terug te horen in kleine oneffenheden en onzuiverheden. Dit is iets dat overigens ook vaak de charme van de authentieke uitvoeringspraktijk vormt.

Instrumentale monocultuur draagt soms het risico in zich om snel vermoeiend te worden: je kunt na een half uur wel uitgekeken zijn op het akoestische beeld van één enkele instrumentenfamilie. In dit geval zijn de spelers echter goed in staat om een dusdanig groot palet aan klankkleuren te laten horen, dat het geen moment gaat vervelen. Mozarts interesse in de klarinettistenfamilie is soms wel uitgelegd als een zoektocht naar een mogelijke blazerspendant van het strijkkwartet; in dit geval vormt de akoestische rijkheid van de bassethoorns beslist een geduchte tegenstander.

Niettemin zijn de zes Notturni K436-K549 voor twee sopranen, bas en drie bassethoorns een aangename toevoeging om de spanning te breken. Deze ‘nachtelijke stukken’ vormen ook het middelpunt van het album. Van de Notturni wordt gezegd dat ze ook werden uitgevoerd tijdens de beroemde Weense soirées van baron Nikolaus Joseph von Jacquin – die ook door Mozart en Stadler werden gefrequenteerd. De bassethoorns vormen in de Notturni een mooie begeleiding, als ware het een kistorgel, waarop de uitstekende zangers hun onmiskenbaar Mozartiaanse melodieën kunnen projecteren.