Categorieën
artikelen

Het Boekcitaat verdwijnt

Het idee voor deze rubriek ontstond omdat ik altijd uitspraken bewaar die ik sterk vind, grappig, interessant, diep, of anderszins een langer leven gun dan het moment waarop ik ze onder ogen krijg. De verzameling die deze goede gewoonte tot stand bracht is een enorme bron aan inspiratie, onder meer voor diverse stukken die uiteindelijk hun thuis vonden bij DE ONDERKAST.

Desondanks is er voor mij steeds meer gaan wringen aan deze rubriek. Zelfs dusdanig veel dat ik er per direct de stekker uit trek. Waarom? Lees snel verder, want dit is wat ik leerde van het de ruimte in slingeren van meer dan 100 losse flodders via deze blog.

Voor het eerst te lezen op 23 december 2015, is het Boekcitaat van de week de langstlopende rubriek die deze webstek kent. En zoals eerder beschreven is het net zoveel als de naam behelst: iedere week een citaat uit een boek dat ik las.‘Een blog zonder vaste rubrieken is als een gebed zonder end’, zo schreef ik destijds. Het schrijven van stukjes is één ding, maar ik wilde graag meer vastigheid en continuïteit van kopij kunnen bieden.

Als de tijd het toelaat lees ik graag voor mijn plezier. Ik streep graag aan, en krabbel ik allerlei marginalia in de kantlijnen als ik het ergens niet mee eens ben. De kans dat ik het boek op een later moment nog eens opensla om het aangestreepte te lezen is helaas meestal niet zo groot.

Om het toch bij de hand te hebben, legde ik eind 2014 voor het eerst een bestand aan met al deze marginalia en aangestreepte fragmenten. Als ik me iets interessants meen te kunnen herinneren, kan ik het er meteen op naslaan. Ik beschouw maar het als een soort extern geheugen.

Het lag ergens voor de hand om die activiteit te laten neerslaan in een vaste rubriek: iedere week een stukje tekst dat me om de één of andere reden is bijgebleven. Lekker makkelijk.

Ook toen gaf ik al aan er eigenlijk geen groot fan van de te zijn: strooien met citaatjes op het wijde web. ‘Kijk mij eens interessant en belezen zijn’, dat is meestal de enige tekst die ik tussen aanhalingstekens zie staan.

En toch deed ik eraan mee, uitgaande van de gedachte dat als ik het niet van context voorzie, dat dan de tekst best voor zich zou kunnen spreken.

Ik ben echter steeds meer tot het inzicht gekomen dat teksten dat helemaal niet kunnen. Teksten kunnen best iets betekenen, maar ze krijgen pas betekenis op het moment dat je ze gaat gebruiken.

Edward Saïd verwoordde het als volgt: er is te veel kennis die alleen wordt doorgegeven, zonder verder commentaar. Op die manier vindt de kennis zijn weg van de ene tekst naar de ander. Ideeën worden anoniem gepropageerd en verspreid, en ze worden herhaald zonder verdere duiding.

Maar als dit zich herhaalt, dan verwordt de kennis slechts tot received wisdom:

Knowledge no longer requires application to reality: knowledge is what gets passed on silently, without comment, from one text to another. Ideas are propagated and disseminated anonymously, they are repeated without attribution; they have literally become idées reçues: what matters is that they are there, to be repeated, echoed, and re-echoed uncritically.

Ik vind het één ding om de ideeën te ontvangen, maar ik wil ze voortaan nog uitsluitend gebruiken of bekritiseren. Een tekst krijgt pas betekenis wanneer die geliëerd wordt aan een bepaalde context: con-text, in de letterlijke zin van het woord.

Losse kreten blijf ik voor mezelf verzamelen, maar ik slinger ze dus niet meer de ruimte in zonder ze van enige duiding en plaatsing te voorzien.