Trio Cortado – Couleur Locale

Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album Trio Cortado – Couleur Locale.

De combinatie fluit, hobo, en klarinet is een zeldzaamheid binnen het repertoire dat er is voor drie blazers. In Nederland zijn er toevallig twee jonge trio’s in deze bezetting die momenteel flink aan de weg timmeren: Het Amsterdamse Dividivi3 en het Haagse Trio Cortado. Zij laten zien dat de deze bezetting juist een enorm scala aan mogelijkheden biedt.

Van Trio Cortado verscheen onlangs hun debuutalbum Couleur Locale.  Fluitiste Hannah de Witte, hoboïst Arthur Klaassens, en klarinettist Jasper Grijpink hebben al een lange geschiedenis van samenspelen achter de rug; een geschiedenis die ze in deze bezetting bestendigen. De naam Couleur Locale is een verwijzing naar het volledig Franse programma dat het trio ten gehore brengt: François Couperin, Claude Debussy, Maurice Ravel. Op deze CD hanteert het trio daarnaast een nog specifiekere bezetting: fluit, althobo, en basklarinet. Alle stukken die hier ten gehore wordt gebracht is door de musici zelf omgeschreven.

De CD trapt af met het eerste concert uit de Concerts Royaux van Couperin. Doordat de muziek oorspronkelijk tweestemmig is, vergt dit een gezonde dosis inventiviteit in de verdeling over drie instrumenten. In de Prélude is dat als volgt opgelost: de basklarinet neemt de basstem voor zijn rekening, terwijl fluit en althobo unisono in elkaars klank kruipen. Het timbre dat hieruit voortkomt leidt op het eerste gehoor bijna op een nieuw instrument. Heel kien gearrangeerd, en bovendien met veel gevoel voor frasering en stijl gespeeld. In de delen hierna speelt de verweesde derde stem vaak de rol van vliegende keep: nu eens reagerend op de hoofdstem, dan weer het geheel overnemend. Dit gebeurt vooral erg geslaagd in het Menuet.

Het mag geen toeval heten dat de Tombeau de Couperin van Ravel direct na de muziek van Couperin klinkt. De eerste twee delen van het oorspronkelijke overbekende werk zijn  voor trio gezet. Hier is ruimschoots de gelegenheid voor de spelers om zich van hun meest virtuoze kant te laten horen. De kunst bij Ravel is dat het complexe muziek is om te spelen, maar dat het moet overkomen alsof het allemaal moeiteloos gaat, in één vloeiende beweging. Ook hier slaagt Trio Cortado goed in. Vooral in de – prettig up tempo gespeelde ­– Fugue is te horen hoe goed de drie op elkaar ingespeeld zijn, en dat het trio geenszins is bedoeld als gelegenheidsformatie.

De selectie die voor de CD is gemaakt uit de Préludes L.117 en L.123 van Debussykónhaast niet diverser. Hoewel diens signatuur in alle stukken duidelijk doorklinkt, dragen ze ieder een volledig eigen karakter uit, variërend van het lyrische Bruyères en het koddige General Lavine tot het frivole Danse de Puck. Hier valt het mooie, heldere lage geluid van de basklarinet op, die een onmisbaar fundament vormt in veel van de arrangementen – in de laagte moeten de fluit en de althobo het qua bereik en draagkracht vaak tegen hem afleggen.

Daarnaast valt op dat de fluit in veel van de arrangementen in diens laagste register speelt. Door de diepe klank van basklarinet en althobo is dit een slimme oplossing: anders zou de fluit voortdurend boven de lagere instrumenten uit torenen. Dit leidt tot een rijker en gevarieerder klankbeeld. Gevolg hiervan is wel dat het potentieel van de fluit gevoelsmatig nooit écht ten volle wordt benut.

De Sonate voor viool en cello van Ravel is een fascinerend stuk. Anders dan Couperin, wat oorspronkelijk ook voor twee stemmen was, zijn de partijen voor viool en cello een stuk meerstemmiger. In de triobezetting wordt dit inventief opgelost met veel voorslagen, waardoor toch de schijn van een rijke meerstemmigheid wordt gewekt. Het stuk zoekt een sterke spanning tussen de mineur- en majeurpendant van de hoofdtoonsoort, op dezelfde manier als de scheurende blues wordt opgezocht in het gelijknamige deel uit Ravels Vioolsonate. In de versie van Trio Cortado is het een op zichzelf staand stuk geworden, dat volledig los heeft kunnen komen van het juk van het origineel.

Vermeldenswaard is dat Couleur Locale erg mooi is uitgegeven: met veel zorg vormgegeven, en bovendien met zeer onderhoudend geschreven toelichtingen, die eerder lezen als een prettige long-read dan de plichtmatigheid die vaak van de geschreven teksten in CD-boekjes afdruipt.

Al met al is Couleur Locale Mooi debuut dat doet benieuwen naar meer. De muziekkeuze voor het debuutalbum is door en door bekend. Dat kan een riskante keuze zijn: iedereen kent de stukken en heeft er een mening over. Maar Trio Cortado overstijgt die bezwaren met verve, en is er met dit debuut uitstekend in geslaagd om zichzelf op de kaart te zetten.