Is er nog iets buiten het Internet?

Internet is overal, en Internet is nergens. Drie jaar geleden tijdens het World Economic Forum in Zwitserland legde ex-CEO van Google Eric Schmidt op tafel dat ‘het Internet zal verdwijnen’. Niet in de zin dat de stekker eruit wordt getrokken, maar dat Internet volledig op zal gaan in de omgeving.

Steeds grotere delen van de wereld worden op het wijde web aangesloten. En niet alleen computers, maar ook hele huisraden.

Wat betekent het dat het Internet op den duur overal in zit? En wat betekent het dat dat Internet in toenemende mate wordt bestierd door een steeds kleiner wordend clubje?

Trinet
Het net van het Internet sluit zich steeds verder nu het erop aan lijkt te komen dat het speelveld van het internet al bijna volledig is verdeeld onder Amazon, Facebook, en Google. Om die reden wordt er zelfs al van de benaming Trinet gesproken. André Stalz beschrijft hoe Google jarenlang alleen een instrument vormde, dat wel een belangrijke rol speelde als web-assistent van die velen: het was vooral bezig met het indexeren van het Internet.

De laatste tijd is het voor Google echter niet meer interessant om alleen maar een zoek- en indexeermachine te zijn. Een doorgeefluik is eigenlijk amper meer een zichzelf vernieuwend verdienmodel – zeker omdat de grote ICT-spelers nu eenmaal profit-bedrijven zijn, die niet gebaat zijn bij een stabiliserende groei, maar juist inherent op zoek zijn naar manieren om dóór te groeien. Daarom is Google, net als overigens de andere twee grootheden Facebook en Amazon, al een tijdlang druk bezig om die rol van middle man er tussenuit te wrikken.

Misschien dat er nog wel een oud Internet blijft voortbestaan, maar de manier waarop dit te bereiken is, is alleen langs de weg van een van de Grote Drie. Stalz stelt verder dat op den duur ook serviceproviders steeds meer vraagtekens gaan zetten bij de houdbaarheid van het in stand houden van de beschikbaarheid van andere partijen naast de Grote Drie: het schaalvoordeel van nog louter inzetten op de mainstream, en de kleinere partijen te laten schieten, groeit met de dag.

Het is te vergelijken met hoe het momenteel voor providers in Nederland steeds minder aantrekkelijk wordt om nog langer de klassieke ADSL-lijn als optie aan te bieden in een speelveld waar de glasvezel overduidelijk de overhand aan het nemen is. The Future Is Now.[1]

Enge Dingen
Wat gebeurt er als de macht maar bij een beperkt aantal partijen ligt? Precies: Enge Dingen. Vaste lezers weten dat ik geen fan ben van het stelselmatig uitkleden en ondermijnen van de privacy van de Internetgebruiker. Dit is echter al te uit en te na op deze plek besproken.

Wat nieuw is, is dat die partijen op den duur ook kunnen bepalen wat al of niet eventueel in aanmerking zou komen om te laten zien. April Glaser wijst erop dat alt-right-activisten die meer en meer de deur worden gewezen op de meeste mainstreamkanalen op het Internet een punt hebben – tot haar spijt – als ze op een hard gegeven wijzen: de touwtjes van het Internet zijn in handen van een handjevol gigantische bedrijven, die dus ook kunnen bepalen wie wel en wie niet welkom is op het Internet.

Internet-der-Dingen
De ambities van de Grote Drie zijn groot. Bij een groeiend bedrijf hoort een groeiende markt. Het Internet zelf heeft echter ondertussen wel zijn grenzen bereikt. Dus is het tijd om verder te kijken.

Om die reden worden ondertussen hele huisraden aangesloten op het zogeheten Internet-der-Dingen (de geforceerde Nederlandse vertaling van Internet of Things, kortweg IoT). Weinig blijft hierbij gespaard: van geldautomaten tot e-bikes en van thermometers tot liften. Allemaal onder het mom van De Vooruitgang.

Het is vaker gezegd: Historisch gezien gebeurt het vaak dat een bepaalde nieuwigheid, voordat die wordt geaccepteerd door een breed publiek, een aantal fasen door moet. Eerst wordt de nieuwigheid als optioneel wordt gezien, vervolgens als sociaal geaccepteerd, en tot slot als vereiste.

Ook het Internet is het zo vergaan. En hier is het Internet niet uniek in. Tim Wu beschrijft hoe iedere opkomst van een nieuw communicatiemiddel – van de telegraaf tot de telefoon tot de televisie – met zich meebrengt dat er wordt geroepen dat alle maatschappelijke ziekten zullen worden genezen. In 1912 ging de radiopionier Gulielmo Marconi zo ver om te zeggen dat de komst van het draadloze tijdperk iets als oorlog onmogelijk zou maken. ‘Het draadloze tijdperk zou oorlog belachelijk doen lijken’. Twee jaar later keek Marconi lelijk op zijn neus.

En toch gaat ook onder de gedachte van het Internet een begeesterde gedachte schuil van mensen nader tot elkaar brengen. En die gedachte is blijkbaar niet alleen moeilijk uit te roeien, maar ook nog eens buitengewoon effectief om mensen in beweging te brengen. De Vooruitgang heeft een uitstekend werkende PR-machine; zie dus maar eens tegen De Vooruitgang in te gaan zonder te worden weggezet als halve gare.

Concessies
Stapje voor stapje sluipt het erin, net zo lang tot er eigenlijk geen alternatieven meer zijn. ‘Er is geen buiten-Internet’, zou Jacques Derrida gezegd hebben.

En toch loont het de moeite om na te denken over of er iets buiten het Internet bestaat, zonder in de val te trappen van het slappe, weeïge Digital Detoxing-discours dat hier al vaker is besproken en de aanwezigheid van het Internet bovendien eerder normaliseert dan problematiseert. Zach Blas geeft een prikkelende voorzet en beschrijft hoe er in diverse marginale kringen al wordt geëxperimenteerd met alternatieve netwerkbenaderingen – zonder hierbij concessies te doen aan de mogelijkheden van de communicatietechnologie.

Gevolg hiervan is helaas wel weer een versplintering van het Internet zoals we dat tegenwoordig kennen. Maar als het huidige Internet ergens hopeloos in faalt, dan is het wel om de mensheid nader tot elkaar te brengen. Lees de recente wereldgeschiedenis er maar eens op na.

Wat dat betreft is aan een gezonde ondergang van het Internet misschien dus niet zo heel veel aan verloren.

_______

[1] Het feit dat glasvezel oude Internetlijnen aan het verdringen is heeft écht niet alleen te maken met dat glasvezel sneller is hoor! Sterker nog: er gaan ook stemmen op dat ADSL, doordát er nu grote groepen mensen op glasvezel zijn overgestapt, door de snel krimpende gebruikersgroep in sommige gevallen zelfs sneller kan zijn dan glasvezel!