Terra Nova Collective – Johann Adam Faber, Antonio Vivaldi

Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album Terra Nova Collective – Johann Adam Faber, Antonio Vivaldi.

Hoe langer je je verdiept in de muziekgeschiedenis, hoe rijker en veelkleuriger die geschiedenis vaak blijkt te zijn. Dit geldt voor vrijwel elke stijlperiode: van het heden tot het verre verleden. Er zijn talloze muziekgezelschappen die zich om die reden toeleggen op een bepaalde muzikale periode, waarbij vaak ook wordt getracht om zo nauwkeurig mogelijk te benaderen hoe de muziek in haar eigen tijd zou hebben geklonken. Ook het Vlaamse Terra Nova Collective, dat sinds 2012 bestaat en van wie onlangs een nieuwe CD verscheen, legt zich toe op de authentieke uitvoeringspraktijk. Het gezelschap noemt zichzelf een ‘muzikaal onderzoekscollectief’, dat naast muzikanten ook door musicologen wordt bemand. Actief zoekt het collectief naar onbekende en verdwenen muziek die een breder publiek verdient, onder meer in de bibliotheken van thuisbasis Antwerpen. Het uitpluizen van een bepaalde stijlperiode leidt, naast een beter inzicht in de tijd, immers ook vaak tot interessante nieuwe vondsten.

Vlad Weverbergh, klarinettist en tevens een van de oprichters van Terra Nova Collective, speelt een sleutelrol op het hoofdwerk van de nieuwe CD: de Missa Maria Assumpta, geschreven door de van oorsprong Duitse vroeg-achttiende-eeuwse componist Johann Adam Faber, die tot het einde van zijn leven in Antwerpen als organist werkte. Momenteel kunnen slechts drie werken met enige zekerheid aan hem worden toegedicht; werken die frappant genoeg alledrie gedateerd zijn op het jaar 1720.

De Missa Maria Assumpta is een van die drie werken van Fabers hand, en tevens een van de allervroegste werken die klarinet in de partituur voorschrijven. In de tijd waarin het tot stand kwam bestond het repertoire voor klarinet uit een handvol anonieme duetten en een aantal proefballonnetjes in grotere werken van Italiaanse componisten zoals Antonio Vivaldi en Antonio Caldara. De Italiaanse componisten gebruikten het instrument echter niet bijster vernieuwend: de klarinetpartijen waren in feite niet meer dan veredelde trompetpartijen. Niet zo gek dat ook de benaming clarinetto oorspronkelijk ‘kleine trompet’ betekent in het Italiaans; het luide geluid in het middenregister werd hier blijkbaar destijds het meest mee geassocieerd.

Nieuw bij Faber is dat hij echt de mogelijkheden van de klarinet verkende. In zijn muziek dicht hij de klarinet een rol toe die veel dichter bij de hobo ligt, in die zin dat hij een stevig, lyrisch en gelaagd contrapunt kan vormen met de zangpartijen. Dit levert vooral in het laagste register – daar waar de hobo niet bij kan – interessante klankexperimenten op. Het laagste register heet ook wel het chalumeauregister, niet toevallig vernoemd naar de directe voorganger van de klarinet. De signaalfunctie die is afgekeken van de trompet voert echter nog wel duidelijk de boventoon in de mis; op het eerste gehoor heeft de klank van de klarinet die Weverbergh bespeelt ook veel weg van een koperblaasinstrument.

Het is hierbij jammer dat in het begeleidend schrijven niet wat dieper wordt ingegaan op de context van de klarinet in de tijd waarin het werk van Faber ontstond: in welke fase verkeerde het instrument, was het echt de overgangsfase van chalumeau in de richting van de klarinet zoals Mozart die een halve eeuw later zou gaan incorporeren in zijn werk, of waren er nog veel slagen te maken in bouwkundig opzicht? Een gemiste kans voor een club die zichzelf als ‘onderzoekscollectief’ typeert, maar een kans die hopelijk wel in een toekomstig project wordt opgepakt.

Het muzikale niveau compenseert ruimschoots voor dit gemis: Faber zou zeer tevreden zijn met de hoge standaard die het ensemble hanteert, waarbij zowel zangers als instrumentalisten de mis prachtig vertolken. Hierbij worden ze geholpen door het feit dat het ook daadwerkelijk een erg goed muziekstuk is, waar misschien niet heel veel vernieuwends gebeurt, maar dat zeker niet onder doet voor tijdgenoten als Johann Friedrich Fasch of Johann David Heinichen.

Uitgangspunt voor het Terra Nova Collective vormt dat ieder concertprogramma bestaat uit een vergeten werk naast een geijkt muziekstuk, afkomstig uit het ‘ijzeren repertoire’. Op deze CD is het hoboconcert in A klein RV 431 van Vivaldi de tegenhanger van het onbekende werk van Faber. Veel verder dan het feit dat Vivaldi ook ooit een werk schreef waar klarinet in voorkwam lijkt het verband met Fabers werk niet te komen, en ook hier blijft het CD-boekje ons het antwoord schuldig. Niettemin is de uitvoering van het concert zeer onderhoudend en met veel solistische bravoure gespeeld.

Al met al is deze CD van het Terra Nova Collective een erg interessante en geslaagde exercitie, die doet benieuwen naar het vervolg. Wat zou zich immers nog meer op kunnen houden aan onontdekt klarinetrepertoire in de Antwerpse bibliotheken?