MazikDuo – Jewish Life, Portraits of the Past

Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album MazikDuo – Jewish Life, Portraits of the Past.

Het jodendom kenmerkt zich door een aaneenschakeling van stigmatisering, uitsluiting en vervolgingen, die culmineerde in de gruwelen van de eerste helft van de twintigste eeuw. Tegelijkertijd ontplooiden zich binnen de joodse diaspora – de verspreiding van joodse mensen over de hele wereld – de meest waanzinnige geïnspireerde kunstuitingen. Die beladen, maar ook kleurige geschiedenis vormt het uitgangspunt van Jewish Life, Portraits of the past. Op deze nieuwe CD biedt het Spaanse MazikDuo, bestaande uit klarinettist Tolo Genestar en pianist Marc Sumsi, een bloemlezing uit de bonte literatuur die zij als een uiting van het joodse culturele leven beschouwen. Het jonge duo – beide heren werden het afgelopen jaar 27 – doet dit met veel bravoure, die blijkt uit zowel de frisse speelstijl als de selectie die ze maakten voor deze CD.

Ze trappen af met Sholem-Alekhem, rov Feidman! van de Hongaarse componist en klarinettist Béla Kovács. Het stuk is opgedragen aan Giora Feidman, de klarinettist die als de ‘koning van de klezmermuziek’ wordt beschouwd. Klezmer, een samenstelling van de jiddische woorden ‘kle’ (instrument of zingen) en ‘zemer’ (lied), groeide in de vorige eeuw uit tot een van de gezichtsbepalende muzikale genres die werd gelieerd aan een joodse ‘identiteit’ – daar kom ik later nog op terug. De toon is in elk geval gezet met een tragische, recitatief-achtige openingspassage, waarna het feest al snel kan beginnen met een vrolijke rondedans. De Klezmerfantasie van Marcel Saurer, waarmee de CD wordt afgesloten, kent precies diezelfde opbouw van langzaam-snel, met veel toeters en bellen op het einde.

Van een heel ander stempel is de eendelige sonatine voor klezmerklarinet en piano, geschreven in 2011 door de Amerikaan Paul Schoenfield. Het stuk heeft een klank die zich moeilijk laat plaatsen. Wel wordt duidelijk gerefeerd aan het muzikale spectrum van de klezmer, met vette glissandi in de klarinet (binnen de klezmer ook wel krechts genoemd), en een geijkt harmonisch verloop dat iedere keer weer dwars door de ziel snijdt. De instrumentale klank van het duo bekrachtigt dit effect. Genestar, die tevens eerste klarinettist is van het Menorcaans Kamerorkest, speelt de stukken met een wollig, warm geluid dat geknipt lijkt voor de muziek die hier ten gehore wordt gebracht.

De Sonate voor klarinet en piano op. 28 die de Pool Mieczyslaw Weinberg in 1945 schreef is een van de minder ‘clichématig’ joodse stukken op de CD. Het is interessante, contrapuntische muziek die de gedachten enerzijds doet uitgaan naar het interbellumtimbre van componisten als Kurt Weill, maar anderzijds ook vooruit lijkt te wijzen naar het zwaardere geschut van componisten als Dmitri Sjostakovitsj.

De overbekende Abîme des oiseaux van Olivier Messiaen voor soloklarinet is, als we naar de thematiek van de CD kijken, enigszins een vreemde eend in de bijt. Messiaen schreef het werk, onderdeel van Quatuor pour la fin du temps, in 1940 in een concentratiekamp, maar hij heeft het werk consequent gekenschetst als een uiting van zijn diepgevoelde katholicisme, zonder dat dit tegen de achtergrond van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog werd geplaatst. Het is niettemin een mooie muzikale interpretatie van Genestar – waarbij er wel een storend kunstmatig galmpje over de studio-opname heen is gezet.

Het speelniveau op Jewish Life ligt hoog: de twee Spanjaarden zijn aan elkaar gewaagd en weten veel moois uit de muziek te toveren. Dit verdient lof en bewondering. Daarbij moet aangetekend worden dat in het (overigens erg onlogisch uitgegeven) begeleidend schrijven de muziekstijl, samen met de ‘joodse identiteit’, soms wel erg wordt platgeslagen. Dit wringt, aangezien een stijl als klezmer juist heel rijk is aan allerlei verschillende invloeden – onder meer doordát het jodemdom zich zo als een diaspora over de wereld verspreidde. De Amerikaanse musicoloog Mark Slobin heeft deze tendens ook wel de ‘tyrannie van de klezmer’ genoemd: een veelkleurige muziekstijl die wordt gereduceerd tot een simpel stereotype. De joodse muziek verdient absoluut beter dan dat.