Categorieën
artikelen

Ik Schreef Een Kop Die Inspeelt Op Een Denkbeeld Dat Je Toch Al Had. Je Gelooft Acuut Wat Hierna Gebeurde

Vorige week ging het over publicaties in het schemergebied tussen journalistiek en reclame, deze keer gaat het over nieuws dat ronduit nep is. De laatste tijd is hier veel om te doen: NRC besteedde er aandacht aan en ook de Raad voor de Journalistiek houdt zich er meer mee bezig. Wat is nepnieuws precies, en wat doet het met de lezer?

Categorieën
artikelen

De problematiek van branded content

De tijden zijn veranderd, en de media veranderen mee. Waar het gemiddelde dagblad vroeger nog een relatief duidelijke scheiding aanbracht tussen “nieuws” en “advertenties”, schurken hedendaagse media het liefst dicht aan tegen hun adverteerders in de vorm van branded content. Wat zijn hier de consequenties van?

Categorieën
artikelen

Iedere dag is Valentijnsdag: De Culturele Ondertoon van Heer & Meester

Heer & Meester is een buitengewoon succesvolle Nederlandse detective-serie die sinds twee jaar wordt uitgezonden door Omroep MAX, de omroep die zich profileert als de bediener van de 50-plussers in de samenleving. Maar op wat voor manier doet de serie een beroep op de leef- en denkwereld van de senioren?

Categorieën
artikelen

De psychologische fuik van de straatverkoper

Waar louche straatventers met nagemaakte Gucci- en Armani-artikelen in verre landen nog wel eens een ouderwets sprintje moeten trekken als de arm der wet in zicht komt, hebben straatverkopers in Nederland over het algemeen weinig te vrezen. Het fenomeen is hier keurig vastgelegd en gereguleerd in de colportagewet. Een groot bedrijf kan een stuk of wat ventvergunningen kopen bij de gemeente of bij de plaatselijke buurtsuper, en het grote klanten werven in het wild kan beginnen.

Als een marktverschijnsel zich in de wet laat verankeren, dan zal het  ethisch meestal wel snor zitten. Toch worden straatverkopers onderhand wel als de akeligst denkbare manier van ondernemen beschouwd. Ongeacht of de straatverkoper ons nou deelgenoot wil maken van een energiemaatschappij,  een goed doel, of een plaatselijk sufferdje: de rancune ertegen zit behoorlijk diep. Waar komt die algemeen gevoelde haat voor de straatverkoper vandaan?

Categorieën
artikelen

Vreugde, vreugde! De politieke implicaties van de Ode an die Freude

Ook als je het niet zou willen ben je bekend met de negende symfonie van Ludwig van Beethoven. Het slotkoor van het laatste deel, Ode an die Freude, is na zijn eerste verschijning behoorlijk viral gegaan, en keerde terug in een schier oneindige vloed van verschillende zettingen en situaties. De makkelijk mee te zingen melodische lijn van het slotkoor, in combinatie met de originele jubelende tekst van Friedrich Schiller, hebben door de tijd heen een enorme bron van inspiratie gevormd. Hier de eerste strofe, voor een idee:

Freude, schöner Götterfunken,         Vreugde, schone Godesvonk,
Tochter aus Elysium,                           Dochter van Elysium,
wir betreten feuertrunken,               Vuurdronken gaan we binnen,
Himmlische, dein Heiligtum.           Hemelse, uw heilig schrijn!
Deine Zauber binden wieder,           Uw betov’ring bindt weer samen
was die Mode streng geteilt,         Wat het stijlzwaard heeft doorkliefd.
alle Menschen werden Brüder,         Alle mensen worden broeders
wo dein sanfter Flügel weilt.            Waar uw zachte vleugels zijn*

Slavoj Žižek geeft in zijn The Pervert’s Guide to Ideology een kleine bloemlezing van de toepassingen die het befaamde slotlied in de twintigste eeuw heeft gekend: het Nazisme en het bolsjewisme, tijdens de Chinese Culturele Revolutie, bij een hele trits Olympische Spelen zijn maar enkele voorbeelden waar Beethovens Ode mocht schitteren.

Schiller vatte de boodschap van het originele gedicht bondig samen als “een viering van de broederschap van de mens” – een eigenschap die beslist een goed feestje waard is. Dat idee van broederschap is er ook de oorzaak van dat Beethovens hymne zo universeel toepasbaar bleek: broederschap en verzoening, daar is weinig op af te dingen. Maar is de Ode an die Freude wel die ondubbelzinnige broederschapsbezinging, zoals ze vaak verbasterd wordt?