Categorieën
Muziek

Kymia Kermani & Alba Gentili-Tedeschi – Invocation

Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album Kymia Kermani & Alba Gentili-Tedeschi – Invocation.

Op het nieuwe album Invocation van piano-klarinetduo Kermani-Gentili komt erg veel bij elkaar. Om te beginnen is het de bezegeling van het tienjarige bestaan van het duo bestaande uit Kymia Kermani (klarinet) en Alba Gentili-Tedeschi (piano). Maar belangrijker is de inhoud. De ondertitel van de cd vat die als volgt samen: women composers who have helped shape the course of history. Een pleidooi voor vrouwen in de muziek dus.

In woord en in daad weet Invocation ons hierin te overtuigen. Enerzijds in het aantonen van de schrikbarende afwezigheid van vrouwen in de muziekgeschiedenis. Veel vrouwelijke componisten, ongeacht hun bekendheid in hun eigen tijd, zijn buiten de boeken gehouden en gebleven. Anderzijds wil deze productie ons uiteraard wijzen op de muziek die we amper te horen krijgen. Dit gebeurt nuchter en feitelijk, zonder al te veel een punt te maken van de ‘vrouwelijkheid’ van de componisten. Maar er wordt ook niet ontkend dat vrouwen het aanzienlijk moeilijker hadden om hun werk gepubliceerd te krijgen dan hun mannelijke collega’s.

Zo opent het album met de Deux Pièces van Marie Clémence du Grandval, een mij totaal onbekende fin-de-sièclecomponist, die wel een gevestigde naam was in haar eigen tijd en het podium deelde met componisten als Chopin, Lalo, en Saint-Saëns. De Invocation (naamgever van het album) en de Air Slave zijn speelse repertoirestukken die toch zeker een plek verdienen in het klarinetrepertoire. Een ander markant voorbeeld is de de franse iterbellumcomponist Mélanie Bonis. Zij veranderde haar naam in ‘Mel’ Bonis om minder snel voor vrouw te worden aangezien. Dat zou helpen bij het gepubliceerd krijgen van haar composities. Waanzinnig, zeker als je de Pièces pittoresques et poétiques hoort, die zich kunnen meten met het vroege werk van Alexander Scriabin.

Een van de bekendere componisten op deze uitgave is Elisabeth Lutyens. Diens Five little pieces op. 14/1 zijn duidelijk opgezet als klank- en vormexperimenten, in de verte verwant aan Paul Hindemith, maar qua lengte eerder in het straatje van Anton Webern: twee keer met je ogen knipperen en het is voorbij. Kleine edelstenen die je telkens opnieuw kunt bekijken en die er vanuit iedere hoek weer anders uitzien. Zelfs op een concert zou je de serie twee keer achter elkaar kunnen spelen, zoveel als er te ontdekken valt. Kijken of iemand het doorheeft.

Niet alle stukken zijn even sterk. Zo zijn er de ietwat belegen Deux pièces en forme de Jazz van Francine Aubin. Tegelijkertijd doen ze kwalitatief echt niet onder voor de vergelijkbare klarinetsonatina van Joseph Horovitz, en daar schijnt toch ook een publiek voor te zijn.

Het heldere geluid van de klarinet (Leitner & Krause) is mooi en verzorgd. De piano lijkt wat wollig en ongeprononceerd opgenomen. Dat is jammer, omdat de muziek juist gebaat zou zijn geweest bij een helder geluid. Het begeleidend schrijven rammelt: soms geannoteerd, soms niet, op punten waanzinnig detaillistisch en persoonlijk, dan weer fragmentarisch en incompleet, zonder jaartallen of verdere houvast. Veel opzoekwerk voor uw recensent dus. Niet om afbreuk te doen aan de charme en aantrekkingskracht van het project, maar enige eindredactie had het geheel nog sterker kunnen maken.

Neemt niet weg dat Invocation verder op alle punten – inhoudelijk, conceptueel, kwalitatief – een absolute aanwinst is in iedere klassieke CD-kast. Al is het alleen al om iets te doen aan het schrikbarend kleine aandeel vrouwelijke componisten in uw platencollectie.