
Op onregelmatige basis recenseer ik nieuw verschenen CDs voor Tijdschrift de Klarinet. Exact een jaar geleden recenseerde ik het album Jelte Althuis & Henny Heikens – Ladder of Escape 17. New compositions for Bass Clarinet & Organ.
Ladder of Escape 17 plofte op de mat, met daarop het basklarinet-orgelduo Jelte Althuis en Henny Heikens. In een ver verleden beluisterde ik de allereerste Ladder of Escape-CD van wijlen Harry Sparnaay. De naamgever van de serie, het stuk Ladder of Escape van Michael Smetanin, is me altijd bijgebleven, en is misschien destijds wel de katalysator geweest voor mij als invoering in het rijkgeschakeerde geluid van de basklarinet.
En nu is er dus editie 17 in de serie, waarin eerder Fie Schouten Ladder of Escape 11 opnam, en nummer 13 merkwaardig genoeg ontbreekt. Het schitterende beeldrijm op coverfoto trekt onmiddellijk de aandacht: de laars van een basklarinet, parallel aan lange rijen met orgelregisters. Op het meest basale niveau is het natuurkundige resultaat van beide instrumenten immers hetzelfde: verplaatsing van lucht. Maar verschil is er ook. Zoals componist Ron Ford in het boekje droogkomisch vermeldt: ”het orgel is een gigantisch apparaat en de basklarinet is een lange tube met een riet.” Een ander grappig detail is dat Oliver Boekhoorn, Calefax-hoboïst en dus collega van Jelte Althuis, de dienstdoende fotograaf is. Het doet benieuwen naar de muzikale inhoud van de CD.
Tien jaar spelen basklarinettist Althuis en organist Henny Heikens nu samen en die tien jaar leverde een schat aan nieuw repertoire, waarvan deze CD een overzicht biedt. Dat overzicht trapt af met Allons-Y (2005) van wijlen Wim de Ruiter. “Laten we gaan:” op meerdere fronten een goed gekozen begin van de CD, aangezien het ook het eerste stuk was dat Althuis en Heikens in 2013 ter hand namen. Saillant is dat het werk oorspronkelijk voor Harry Sparnaay en zijn echtgenote Silvia Castillo was geschreven, maar dat die het stuk volgens het cd-boekje “onaangeroerd” lieten. Wim de Ruiter droeg het werk op aan het oorspronkelijke duo, maar nadat het werk op de plank bleef liggen ging er volgens Heikens toch een streep door die namen op de partituur. Ik krijg het gevoel dat ik een doorkijkje krijg naar een wrange geschiedenis, maar ik zal het met mijn verbeelding moeten doen, want de tekst blijft hierover verder op de vlakte. Het stuk is onderhoudend, waarin De Ruiter zich vooral laat kennen als kenner van het orgel, en deze bij vlagen verrassende gesprekjes laat aanknopen met de basklarinet.
De schaduw van Sparnaay hangt ook boven het vervolg van de cd. Althuis vertelt – in het vlot geschreven cd-boekje – dat Sparnaay een heel blik componisten opdracht gaf om een stuk voor basklarinet en orgel te schrijven. Ook Daan Manneke ontving het verzoek, maar dat ging verloren in de vaart der volkeren. Des te blijer was Manneke in 2021 toen Althuis en Heikens hem hetzelfde verzoek opnieuw deden. Wie de schoen past, trekke hem aan. De vervlechting van de klankkleuren van de instrumenten werkt hierbij eigenlijk nog beter dan bij De Ruiter. Ook buit Manneke de mogelijkheden van de basklarinet meer uit, onder meer met scherpe slaptongues.
Een ander leidmotief op de CD is die andere pet van basklarinettist Althuis: Calefax. Onder meer de stukken van Oene van Geel en Ron Ford zijn terug te voeren op het rietkwintet, hetzij door contacten, hetzij doordat stukken oorspronkelijk voor Calefax werden geschreven.
Ladder of Escape 17 is een mooie productie met verrassende werken en uitmuntende musici. De kroon op het tienjarig samenspel van het duo, en hun innige samenwerking met de componisten die maken dat het een gedragen product is. Geheel in de geest van Harry Sparnaay, maar met beide voeten stevig verankerd in de huidige tijd.