Categorieën
Blog

Hoe componisten en arrangeurs beter kunnen leren luisteren naar de musicus

Sinds enige tijd vraag ik musici gericht om feedback op mijn werk als componist en arrangeur. Waarom ik dat doe (en hoe) lees je in deze blogpost.

Iedereen kan arrangeur worden en er geld voor vragen. Maar aangezien arrangeurs vaak autodidact zijn, moeten zij hun eigen leerproces vormgeven en bewaken.

Waar moet die leerervaring vandaan komen? Tijdens het maakproces krijg je meestal inhoudelijke feedback van de opdrachtgever op de tussenproducten die je aanlevert, dus dat is alvast een begin. Maar als je stuk eenmaal op de lessenaar heeft gestaan, is de enige feedback die je na afloop krijgt of je wordt teruggevraagd of niet.

Vaak genoeg heb ik dit soort ‘postbusarrangementen’ opgeleverd: een pakketje met partituur en partijen dat ik (digitaal) aanlever, waar ik behalve een factuuradres en een bedrag op mijn rekening nooit meer iets op terug hoor. Fijn voor mijn doorlooptijden, maar het leereffect schiet er een beetje bij in.

De musici die het uitvoeren krijg ik sowieso amper te spreken. En dat terwijl musici altijd een mening hebben over wat er bij hen op de lessenaar belandt. Terecht: als arrangeur bemoei je je met een heel instrumentarium dat je niet of amper bespeelt, dus het kan best zijn dat de dingen die je opschrijft niet lekker uit de verf komen, of handiger kunnen worden opgeschreven. Natuurlijk kan je altijd Berlioz, Moeck en Prout openslaan, maar de input van een musicus van vlees en bloed die je noten voor diens neus krijgt kan minstens even waardevol zijn.

Hoe krijg je toegang tot de stem van de musicus? In de eerste plaats door er te zijn tijdens repetities, zodat je ook meteen kunt reageren op punten die tijdens het instuderen opkomen. Je kunt na afloop van de repetities musici opzoeken om te informeren naar bepaalde passages waarvan je wellicht twijfels had hoe prettig ze liggen voor het instrument. De (sociale) drempel ligt nóg lager als je zelf meespeelt in het ensemble van dienst – iets dat veel arrangeurs dan ook doen. Maar een repetitie is in de eerste plaats bedoeld om een stuk onder elkaar te krijgen, en niet een feedbackworkshop rond jouw werk.

Het enige dat overblijft is om gericht feedback te vragen. Dat zit niet echt in het DNA van een (afgestudeerd) musicus. Begrijpelijk: de meesten zijn blij dat ze eindelijk hun eigen boontjes kunnen doppen, en niet worden beoordeeld zoals ze jarenlang op het conservatorium gewend waren.

En toch is dat precies wat ik sinds enige tijd doe als ik arrangeer. Elk beroep gedijt bij een gezonde feedbackcultuur. En hoe kun je je anders blijven ontwikkelen?

Hoe gaat het in zijn werk?
De muziekpartijen zijn vaak de enige rechtstreekse communicatielijn die ik met musici heb. Daar maak ik gebruik van: onderaan elke partij zet ik een QR-code die doorverwijst naar een feedbackformulier. Er zijn allerlei websites waar je (gratis of tegen betaling) een feedbackformulier kunt aanmaken, zoals Google Forms.

Ook vind je op internet de wereld aan voorbeeldformulieren, aangezien het in menig bedrijfstak staande praktijk is om de gebruikerservaring structureel uit te vragen. Hieruit heb ik een paar simpele vragen gedestilleerd. Hieronder licht ik de vragen toe die ik in mijn vragenlijst hanteer:

  • De titel van het arrangement.
  • Het (primaire) instrument van de respondent in het arrangement.
  • Of de respondent je arrangement digitaal of fysiek leest.
    Dit zijn een paar contextuele kenmerken die handig kunnen zijn om de input te herleiden en te duiden (ik hanteer dezelfde vragenlijst voor alle arrangementen die ik uitstuur, met deze informatie kan ik de input verder uitsplitsen). De ervaring tussen digitaal en fysiek muziek lezen kan sterk verschillen, daarom kan het relevant zijn om dit uit te vragen.
  • Hoe beoordeel je de kwaliteit van mijn arrangement?
  • Hoe beoordeel je de rol van jouw (primaire) instrument in het arrangement?
  • Hoe beoordeel je de notatie van je partij?
    Deze vragen zijn gericht op het krijgen van een algemeen gevoel bij hoe je arrangement(en) worden gewaardeerd, hoe goed een musicus diens instrument tot zijn recht vindt komen in je arrangement, en hoe de layout bevalt. Dit vraag je uit met een beoordelingsschaal, bijvoorbeeld de Likertschaal.
  • Hoe beoordeel je de kwaliteit van het originele nummer / stuk?
    Dit kan relevant zijn om de beoordeling hierboven verder te duiden. Als een musicus het origineel niet zo boeiend vindt, dan ligt het voor de hand dat die het arrangement ook niks vindt. Ook dit vraag je uit met een beoordelingsschaal.
  • Is er nog iets dat je met me wilt delen?
    De plek voor de respondent om praktische tips te delen gericht op bovenstaande elementen. Of om de onderbuik nog even lekker leeg te laten lopen natuurlijk.

Eventueel kun je hier de Net Promoter Score (NPS) aan toevoegen (in de trant van: ‘hoe waarschijnlijk is het dat je dit arrangement / mij zou aanbevelen bij een collega?’). Dit is een klassieker in de marketingliteratuur. Muziek is bij uitstek een informele sector, dus je moet het vaak hebben van mond-0pmondreclame. Deze vraag kan je daarbij enige feeling geven over ‘hoe je het doet’ als arrangeur, maar is niet direct van belang voor je leerproces als arrangeur.

Slot

Hopelijk helpen deze voorbeelden je om een feedbackstroom op gang te brengen voor je arrangeerwerk. Natuurlijk kleven er nadelen aan deze benadering, zoals een lage respons en (mede daardoor) het onnodig toekennen van gewicht aan dat handjevol respondenten dat overblijft, om nog maar te zwijgen van toeslaande enquêtemoeheid onder respondenten. Maar als het alternatief is om te wachten tot de telefoon weer gaat voor de volgende klus, dan is de keuze snel gemaakt.

Ik vraag geen geld voor deze blog, maar als je dit nuttig vond en me financieel wilt steunen, dan mag dat natuurlijk! Dat kan via Buy Me A Coffee. Veel dank!