Categorieën
Blog

Poen, Plezier en Prestige: De drie P’s in de praktijk

Poen, Plezier, Prestige. De heilige drie-eenheid van menig freelancer. Ik kende ze wel van naam, maar ik had de drie P’s nooit actief gebruikt in mijn werkselectie als arrangeur. Terwijl hij eigenlijk enorm tot de verbeelding spreekt!

In dit artikel een kleine verkenning van de drie P’s. Ik sluit af met een stukje empirie op basis van ongeveer 500 arrangeeropdrachten die ik tussen de afgelopen tien jaar voltooide.

Achtergrond

Er bestaat geen empirische onderbouwing voor het kiezen voor poen, plezier en/of prestige. De drie-eenheid kent ook geen basis in de wetenschappelijke literatuur. Samen vormen de drie P’s dan ook een heuristiek: een pragmatische probleembenadering die niet per se optimaal of beargumenteerd is, maar desondanks door veel mensen als “goed genoeg” wordt ervaren om een doel te bereiken.

De drie P’s spreken redelijk tot de verbeelding, ongeacht wat voor werk je doet: denk aan de opdracht die goed betaalt (Poen), maar weinig voldoening geeft (Plezier) en nauwelijks bijdraagt aan je reputatie (Prestige).

Vaak worden de drie P’s gebruikt om aan te geven dat iedere klus, iedere baan en ieder ander werkevenement minstens twee van de drie woorden van de riedel ‘poen, prestige en plezier’ moest bevatten. Eén P is eigenlijk niet genoeg, aldus onder meer Aaf Brandt Corstius in 2023.

Een klus waarmee je een hele bom duiten verdient, klinkt goed. Maar als er geen greintje plezier te halen is en je er ook nog eens nul prestige mee vergaart, moet je het niet doen.

Een mooie vuistregel om mee te leven – als je de luxe hebt om te kunnen kiezen in de opdrachten die je krijgt, én als je dusdanig financieel onafhankelijk bent dat je af en toe kunt passen voor poen.

Een kanttekening die ik hierbij zie, is dat dat laatste – passen voor poen – pas kan als je bevoorrecht bent met een gunstige financiële positie. Het ideaalbeeld van Brandt Corstius en vele anderen is te illustreren met deze figuur:

Het liefst wil je met elke nieuwe opdracht in het midden van het Venn-diagram zitten, of dan tenminste op het snijvlak van twee P’s.

Ik denk dat dit een geprivilegieerde kijk op ondernemen is. De realiteit voor veel ondernemers eerder is dat je eerst voldoende Poen moeten hebben om van te kunnen leven. Daarna komt Prestige: jezelf in de kijker spelen, zodat mensen van je werk weten en je naar aanleiding daarvan weten te vinden, zodat je ook voldoende aanwas van nieuw werk genereert. Pas als aan die twee P’s is voldaan, kun je denk ik gaan nadenken over Plezier. Meer hiërarchisch dus:

Mijn eigen werk

Enfin, genoeg theorie voor nu. Herkenning en besef van de drie P’s is er bij mij altijd wel geweest. Maar de drie P’s als afwegingskader heb ik nooit bewust toegepast.

Meestal doe ik maar een beetje wat me komt aanwaaien. En als het even te druk is, dan neem ik geen nieuwe opdrachten aan (chic gezegd: een ‘opdrachtenstop’). En die strategie werkt over het algemeen prima.

Maar in al die jaren zaten er af en toe best klussen bij waarvan ik achteraf dacht: waarom heb ik dit aangenomen? Dat gaan we in het vervolg anders doen. Maar wat dat dan precies was, daar brak ik me meestal het hoofd niet over, in het aangezicht van weer nieuwe opdrachten en de vaart der volkeren.

Nu ik de drie P’s weer eens voorbij zag flitsen op het wijde web, dacht ik: kom, ik doe eens gek. Gelet op Poen, Plezier en Prestige, wat zijn mijn afwegingen de afgelopen jaren geweest om werk aan te nemen?

Hoe meet je de drie P’s?

Om erachter te komen hoe ik ervoor stond op het gebied van Poen, Plezier en Prestige, dook ik mijn eigen werkpraktijk in. Eerder beschreef ik dat ik per arrangement dat ik maak allerlei gegevens verzamel, zodat ik een goede vraagprijs kan bepalen. De dataset lag er dus al, maar PPP-gegevens met betrekking tot deze arrangementen nog niet. Die ben ik daarom gaan toevoegen.

Tien jaar (2014-2024, 521 arrangementen) leek me een mooie afgebakende periode om eens de proef op de som te nemen. Maar voordat ik daaraan kon beginnen, moest ik de drie-eenheid eerst operationaliseren.

(Dát doen al die gladde, AI-gegenereerde internetstukjes dan weer niet voor je, hè?)

Dat deed ik als volgt:

  • Poen. Wat is een goede graadmeter voor het criterium Poen voor een freelancer in de muziek? Als het überhaupt wat schuift? Of is een boekenbon al genoeg? In mijn geval ben ik ervan uitgegaan dat aan het criterium Poen was voldaan als de definitieve vraagprijs tenminste gelijk was aan de prijs die ik op basis van mijn model zou vragen voor een soortgelijke opdracht.
  • Plezier. Dit was wellicht de moeilijkste. Want hoe meet je Plezier? Deze vraag bracht me terug naar de Self-determination theory (SDT), de meest gangbare theorie in de sociale wetenschappen als het gaat om het meten van werkgeluk. SDT gaat uit van drie factoren die werkgeluk beïnvloeden: 1 de mate van autonomie (de vrijheid om je werk op jouw manier te doen), 2 Verbondenheid (de mate waarin je prettige interactie hebt met collega’s) en 3 Competentie (de mate waarin je jezelf kunt blijven ontwikkelen in je vakgebied). Ik koos voor een iets aangepaste versie om het Plezier in mijn opdrachten te meten aan de hand van de gemiddelde beoordeling op een schaal van 1 tot 5 bij drie vragen: 1 Creativiteit (in hoeverre krijg ik de vrije hand binnen de opdracht), 2 Kwaliteit van de communicatie met de opdrachtgever en 3 Ontwikkelkansen en nieuwe uitdagingen binnen de opdracht.1 Als de gezamenlijke score op of boven het gemiddelde lag voor de opdracht in kwestie, dan was aan deze P voldaan.2
  • Prestige. Welke opdracht doet je reputatie en je aanzien stijgen? Moeilijk meetbaar, voor een simpel individu als ik. Om toch iets van een benadering te vinden, kwam ik erop uit dat aan deze P was voldaan 1 òf als het van een gerenommeerd opdrachtgever kwam, 2 òf – heel anders van aard – als ik was komen luisteren naar het uiteindelijke arrangement tijdens een optreden. Waar is het Prestige bij die tweede, vraag je? Moet jij eens opletten wat er gebeurt als jij jezelf aan deze en gene voorstelt na afloop van het optreden, en mensen hebben je muziek nog in de oren én een gezicht erbij.

Wat levert dit op? Onderstaande figuur toont het aandeel opdrachten dat voldeed aan de drie P’s per jaar:

Zoals je ziet, is Prestige stiekem steeds meer leidend geweest in het werk dat ik vanaf 2016 heb aangenomen. Plezier piekte in 2022 – niet toevallig het jaar dat ik met de weinig prestigieuze serie BRAM ARRANGES startte (in opdracht van mezelf). Poen deed dat kortstondig in coronajaar 2020.

En hoe doe ik het dan langs de meetlat van alleen werk aannemen als er twee of meer P’s in zitten? Onderstaande figuur laat dit zien, zowel voor het aandeel opdrachten dat aan tenminste 1 P voldoet als voor opdrachten die aan 2 of 3 P’s voldoen.

Een geruststellende gedachte is dat het merendeel van mijn arrangeerwerk (in totaal ongeveer 90%) aan tenminste één P voldoet.3 Iets minder geruststellend is dat slechts de helft van alle opdrachten (56%) aan twee P’s of meer voldoen. Hoewel hierin (met een knikje in 2022) een stijgende lijn zichtbaar is.

Hoe nu verder?

(Sorry, dat vind ik gewoon een heel leuke tussenkop.)

Dit alles heeft me een boel wijzer gemaakt over mijn arrangeerwerk, en in hoeverre het werk dat ik doe voldoet aan de drie P’s. Het zegt mogelijk ook het één en ander over mijn privileges: ik ben niet primair afhankelijk van mijn inkomsten uit arrangeerwerk, ik hoef er niet van te leven, dus ik kan het me vaak permitteren om te passen voor poen.4

Ga ik het nu helemaal anders doen? Misschien wel. Wil dit zeggen dat ik straks de helft van de binnenkomende opdrachten afwijs, omdat ze niet voldoen aan twee of meer P’s? Dat betwijfel ik.

Wat wel kan – en wat ik overigens mis in veel online besprekingen van de drie P’s – is dat ik me meer ga richten op hoe ik het gebrek aan P’s kan mitigeren en hoe ik een extra P ga toevoegen aan een opdracht met (potentieel) maar één P. Is het bijvoorbeeld een prestigieuze, maar saaie opdracht voor te weinig geld? Misschien ga ik me voor deze opdracht dan maar eens grondig verdiepen in het timbre van de altfluit, en probeer ik het volledige kleurenspectrum van de ophicleïde te benutten. Steek ik er nog wat van op, en heb ik er mooi toch een P (in it geval Plezier) bij gefietst. Iets als onderstaande beslisboom kan best wel eens als uitgangspunt dienen:

En jij, wat ga jij nu anders doen? (Nee hoor grapje, dat moet ik vragen voor mijn SEO.)

Ik vraag geen geld voor deze blog, maar als je dit leuk of nuttig vond en me financieel wil steunen, dan mag dat natuurlijk! Dat doe je via ↗️️Buy Me A Coffee. Veel dank!

  1. Je begrijpt: dit was een exercitie die een heel eigen leven ging leiden en op zichzelf al erg interessant was. Misschien voer voor een ander artikel. ↩︎
  2. Nadeel was wel dat ik het Plezier per arrangement met de kennis en met de blik van vandaag heb gewaardeerd. Los van mogelijke effecten van zelfrapportage is die waardering dus niet altijd even accuraat. ↩︎
  3. Wel heftig dat dus ongeveer 10% van alle arrangeeropdrachten aan geen enkele P voldeed. Als ik die opdrachten zonder P’s bij elkaar zie, dan moet ik zeggen dat het ook precies de opdrachten zijn die ik misschien beter niet had kunnen aannemen. Ik zal geen namen noemen. ↩︎
  4. Nu weet ik dat het enorm marktverstorend werkt om geen eerlijke prijs te vragen, en dat ik daarmee mijn collega’s en de culturele sector geen dienst mee bewijs, dus nu niet spontaan gaan bellen of ik arrangementen ver onder de prijs of gratis wil maken. ↩︎