We leven in een tijd waarin alle heilige huisjes die er ooit hebben bestaan systematisch worden ontmanteld. Zwarte Piet delft in het kader van dekolonisatie het onderspit (min of meer), en de opvoering van stereotype jongens en meisjes in reclames wordt steeds genadelozer weggehoond door gender studies-hardliners. Eigenlijk is geen enkele traditionele of conventionele cultuuruiting nog veilig. Met een beetje zoekwerk blijkt uiteindelijk achter alles een ideologische lading te zitten.
Zo ook Peter en de Wolf, een muzikaal verhaal voor verteller en orkest geschreven door de Russische componist Sergei Prokofiev. Sinds de eerste uitvoering in 1936 is het stuk, dankzij de knappe wisselwerking tussen tekst en muziek, een wereldwijde megahit geworden. Hoewel Prokofiev zelf benadrukte dat het verhaal in dienst staat van de muziek, “only as a means of inducing the children to listen to the music”, loont het toch de moeite om te kijken wat de verschillende bestanddelen ervan nu precies suggereren.