Categorieën
Blog

De psychologische fuik van de straatverkoper

Waar louche straatventers met nagemaakte Gucci- en Armani-artikelen in verre landen nog wel eens een ouderwets sprintje moeten trekken als de arm der wet in zicht komt, hebben straatverkopers in Nederland over het algemeen weinig te vrezen. Het fenomeen is hier keurig vastgelegd en gereguleerd in de colportagewet. Een groot bedrijf kan een stuk of wat ventvergunningen kopen bij de gemeente of bij de plaatselijke buurtsuper, en het grote klanten werven in het wild kan beginnen.

Als een marktverschijnsel zich in de wet laat verankeren, dan zal het  ethisch meestal wel snor zitten. Toch worden straatverkopers onderhand wel als de akeligst denkbare manier van ondernemen beschouwd. Ongeacht of de straatverkoper ons nou deelgenoot wil maken van een energiemaatschappij,  een goed doel, of een plaatselijk sufferdje: de rancune ertegen zit behoorlijk diep. Waar komt die algemeen gevoelde haat voor de straatverkoper vandaan?