
Wie verzint toch die ongelooflijke voicing, die pakkende tegenstem en die waanzinnige orkestspecial? Vragen die niet bij iedere luisteraar op zullen komen bij de eerste beluistering van een nieuw nummer. Het antwoord (de arrangeur) interesseert zo mogelijk nog minder mensen. Dat is niet erg, want er zijn maar weinig arrangeurs die graag in de schijnwerpers staan.
Maar misschien is je interesse toch gewekt, en wil je ook graag beginnen met arrangeren. In deze blogpost doe ik een paar ideeën en gedachten uit de doeken die ik heb over arrangeerwerk: de beroepsgroep, slaagkansen, en valkuilen. Dit alles puur op basis van eigen waarnemingen.
Eerst een paar anekdotische aannames over arrangeurs. Ik ken eigenlijk niemand die full-time arrangeur is. Daarnaast hebben arrangeurs het vak zichzelf aangeleerd, vaker dan componisten, die een vakopleiding hebben gevolgd. Ze leren het vak zichzelf aan uit interesse, uit nood, of uit allebei. Dit geldt ook voor ondergetekende, en ik zie en hoor het regelmatig om me heen. Het autodidactische element maakt ook dat geen enkele arrangeur op dezelfde manier te werk zal gaan.
Een beginpunt op het kronkelige pad van de arrangeur is dan ook moeilijk aan te wijzen. Wel is er een aantal zaken aan te wijzen dat in je voordeel kan werken. Zo kan het enorm helpen als je een of meer instrumenten zelf bespeelt – idealiter ook de instrumenten waar je voor schrijft -, of dat je je er tenminste grondig in hebt verdiept. Niets wekt zoveel ergernis bij een instrumentalist als een onspeelbare partij, of een partij die niet past bij het instrument.
Daarnaast helpt het als je een zintuig ontwikkelt voor wat een nummer ‘nodig heeft’ om overeind te blijven in een andere bezetting. Hiervoor moet je natuurlijk het origineel doorgronden, maar je moet ook het einddoel van het ensemble waar je voor arrangeert voor ogen houden. De allerbeste arrangementen zijn arrangementen waarbij een goede match is tussen het origineel en de bewerking.
Wat zijn enkele valkuilen waar arrangeurs in kunnen trappen? Hieronder volgen er vier die ik kan bedenken:
- Perfectionisme. Je wil het natuurlijk goed doen, maar laat het niet de overhand nemen. Zeker in complexe projecten die onder hoge tijdsdruk tot stand komen moet je niet op alle slakken zout willen leggen. Vergeet niet dat de kritische Peterson- en UE-edities van Brahms en Beethoven het resultaat zijn van jaren- of eeuwenlang intensief onderzoek en discussie onder musicologen, en nooit het werk van een éénpitter. Streef liever correctionisme na: zet iedere dag kleine foutjes recht, maar veroordeel jezelf niet als jij of iemand anders er eentje spot.
- Incasseringsvermogen (of eigenlijk: het gebrek daaraan). Een arrangeur moet tegen een stootje kunnen. Jij hebt jezelf op de één of andere manier tussen de componist en de uitvoerder gemanoeuvreerd, maar je bent feitelijk geen van beide. Dit maakt je kwetsbaar voor kritiek: wat weet jij nu helemaal van de bedoeling van de componist, of van hoe ik mijn instrument moet bespelen? Bij arrangeren in opdracht is de uitvoerder bovendien vaak de opdrachtgever, dus diens feedback zul je toch op de één of andere manier een plek moeten geven. Neem kritiek altijd ter harte, 9 van de 10 keer wordt het arrangement er beter van – in ieder geval in de optiek van de uitvoerder. En voor die tiende keer: breek het gesprek open, vraag eens een keer naar het waarom achter een bepaalde opmerking en bespreek welke bezwaren je erbij ziet. Arrangeren is in die zin een heel sociaal beroep, waarbij het proces vaak belangrijker is dan het product.
- Planningsproblemen. Een transcriptie voor strijkkwartet hier, een arrangement voor orkest daar, en tussendoor ook nog aan de bak voor je hoofd inkomstenbron. Een goede planning is essentieel om al die ballen in de lucht te houden. Zorg daarom dat je je uren goed leert inschatten, en dat je je werkvoorraad goed blijft monitoren. Hangt sterk samen met het volgende punt:
- Deadlinewerk. Deadlines kunnen enorm stimulerend werken. Ze dwingen je om ergens naartoe te werken en om de schaarse tijd zo nuttig mogelijk te besteden. Deadlines dwingen tot keuzes: je stelt prioriteiten en je leert planmatig denken. Tegelijkertijd zijn deadlines notoire veroorzakers van faalangst en stress. Stel jezelf daarom altijd de vraag of je echt ‘naar een deadline wil toewerken’, of dat je – doe eens gek – iets een week eerder afrondt. Dat kan zomaar een hoop kopzorgen schelen.1
Ik vraag geen geld voor deze blog, maar als je dit leuk of nuttig vond en me financieel wil steunen, dan mag dat natuurlijk! Dat doe je via ↗️️Buy Me A Coffee. Veel dank!